Waarom leer?
Twee generaties draaide Oisterwijks economie op leer. Van eind negentiende eeuw tot de sluiting van de grote KVL-fabriek in 2001 rook het dorp naar eikenschors en vochtige huid. De reden was specifiek: het water van de plaatselijke beek was bijzonder geschikt voor het weken van huiden, en de omringende bossen konden de eik leveren waarvan de looistof werd gewonnen.
Deze wandeling rijgt het verhaal van begin tot eind. Plan een halve dag. Start in het bos waar de bomen werden gekweekt; ga door de schorsmolen die ze maalde; loop langs de kleine looierijen die consolideerden; eindig op het KVL-terrein waar de industrie zijn top bereikte. Ongeveer acht kilometer in totaal, grotendeels vlak.
Etappe 1: het eikenhakhout
Start bij Natuurpoort Groot Speijck. Volg een van de korte lussen die je door de oudere eikenstukken van het gebied voert. Kijk naar eikenstanden met meerdere stammen op één stronk — dat zijn coppice-bomen, op vijftienjarige rotatie gekapt om de schors te oogsten. Het meeste is al een eeuw niet meer gewerkt, maar de vorm leeft voort.
De schors van zomereik was in Brabant het meest gewild vanwege het hoge looistofgehalte.
Etappe 2: de Kerkhovense Molen
Loop of fiets richting de noordrand van het dorp, naar de Kerkhovense Molen. Deze historische windaangedreven runmolen is de brug tussen bos en fabriek: hij maalde de schors tot het fijne, looistofrijke poeder dat de looierijen gebruikten. Hij staat er nog; af en toe is hij toegankelijk.
"Neem de schors, maal hem fijn, week de huid maanden in schorswater — en eruit komt leer."
Etappe 3: de kleine looierijen
Wandel van de molen het dorp in, langs De Stroom. De vroegste looierijen in Oisterwijk waren kleine waterzijdige operaties die zich midden negentiende eeuw langs deze beek clusterden. Weinig van hun gebouwen zijn intact, maar het stratenpatroon van de oudere industriewijk leest nog steeds zoals het was.
Etappe 4: de arbeidersstraten
Steek over naar de straten direct noordelijk van De Lind. Hier vind je rijen bescheiden eind-19e- en vroeg-20e-eeuwse arbeiderswoningen, gebouwd voor de lederwerkers en hun gezinnen. De huizen zijn nu gewilde middenklasse-adressen, maar het patroon van metselwerk en de standaard perceelbreedtes vertellen je wie hier woonde.
Etappe 5: het KVL-terrein
Wandel oostelijk naar KVL. Het elf hectare grote terrein is de climax. Dwaal door de binnenplaatsen, kijk naar het krachthuis, vind het laadhuis en de lijn van het oude raccordement. Diverse hallen huisvesten nu café's, ateliers en het EKWC-keramiekcentrum; de ruimtes zijn doorloopbaar. Rijksmonument.
Eindig op een KVL-terras. Het namiddaglicht op de baksteen geeft het meeste van de sfeer die de werkers gevoeld moeten hebben, met veel betere koffie.
Etappe 6: de patisserietest
De bekende patisserie op het terrein is de enige legitieme afsluiter. Koop een stuk taart; ga buiten zitten. Je hebt de hele ledereeuw in één ochtend gelopen.